Wijzigingen auteurswet

Zaterdag 14 november jl. stond er een groot redactioneel stuk in de Volkskrant (‘Money money money, maar niet voor de maker’) over muziekrechten. Dat is voor ons de aanleiding om stil te staan bij de aangepaste wetgeving op het gebied van auteursrecht.

In juli van dit jaar is er nieuwe regelgeving vastgelegd in de Wet auteurscontractenrecht. Het doel hiervan is de positie van de makers te verbeteren. De wijzigingen zijn dwingendrechtelijk, wat in gewone mensentaal betekent dat er niet van af kan worden geweken.

Eén van de nieuwe regels is het recht op aanvullende billijke vergoeding als achteraf sprake blijkt te zijn van ‘een ernstige onevenredigheid’ in verhouding tot de opbrengst van de exploitatie van het werk. Maar gaat dit in de praktijk wel zo makkelijk en wie bepaalt wat een billijke vergoeding is?

Om conflicten in de toekomst te vermijden, raden wij je aan om je als maker o.a. op de hoogte te stellen van wat een redelijke (billijke) vergoeding is. Dat kun je doen door dit bijvoorbeeld met branchegenoten te bespreken of een expert te raadplegen.

Voor de opdrachtgever is een belangrijke verandering dat voor alle contracten na 1 juli 2015 alleen een schriftelijke akte van overdracht rechtsgeldig is. En dat dan nog om tal van redenen zoals o.a. een billijke vergoeding het auteurscontract kan worden opengebroken. Dus denk na over de nieuwe wetgeving en de consequenties en laat je adviseren of de afspraken die gemaakt zijn en worden met de maker als onredelijk gezien kunnen worden.

En ook al duurt het misschien nog even voordat er procedures komen, zaak is wel dat de contracten die nu gemaakt worden zoveel mogelijk risicomijdend zijn en er rekening wordt gehouden met de belangen van beide partijen in een contract.

Claudia Beishuizen